Tèrong-gorèng.
167. Tèrong-gorèng.
Vier of vijf rijpe aubergines, (in vruchtenwinkels verkrijgbaar) olie en zout.
De aubergines worden niet geschild, doch aan zeer dunne schijfjes – over de lengte – gesneden, met wat zout bestrooid, daarna in kokend heete olie gebakken, tot ze lichtbruin zien.