Seroendèng.

162. Seroendèng.

Een klapper, geraspt, drie lepels fijngesneden uien, vier gesneden knoflookpitten, twee lepels katoembar, een lepel djienten, een theelepel laospoeder, twee theelepels zout, een lepel suiker, een theelepel trassi, drie lepels assem-water , twee laurierbladeren, twee djeroekpoeroetbladeren, boter of klapperolie.

De kruiden worden fijngestampt en innig met den geraspten klapper vermengd. Daarna braadt men dit met boter lichtbruin op, met de bladeren, roert er het assem-water doorheen en laat het dan doorbraden, tot het bruin wordt, doch niet verbrandt, hetgeen, bij onoplettendheid, spoedig kan geschieden.

Comments are closed.

6 visitors online now
6 guests, 0 members
Max visitors today: 11 at 08:23 am GMT-1
This month: 11 at 02-05-2012 08:23 am GMT-1
This year: 25 at 01-18-2012 09:17 pm GMT-1
All time: 156 at 02-18-2011 02:52 pm GMT-1