Sambel brandal.
123. Sambel brandal.
Acht stuks gepofte lomboks, acht kemiries, een theelepel zout, een theelepel gebrande trassi, drie lepels citroen- of assem water, drie djeroekpoeroetbladeren, boter, reuzel of klapperolie.
Men stampt de lomboks met de uitgehaalde kemiries en de overige specerijen, behalve de bladeren, met elkander fijn, bakt ze daarna op in boter, reuzel of olie, tot het bijna droog is. Vervolgens voegt men er de djeroekpoeroetbladeren met het citroen- of assemwater bij, laat dit samen nog eens opbraden, tot de olie er uit komt.
Deze sambel kan men, mits goed gekurkt, eenigen tijd in fleschjes bewaren. (Niet te lang.)