Sambel badjak.

124. Sambel badjak.

Twintig afgekookte lomboks, twintig uitgehaalde kemiries, tien fijngesneden knoflookpitten, een theelepel fijne laos, twee volle lepels fijngesneden seréh, een theelepel suiker, een theelepel zout (naar verkiezing er bij te doen: een theelepel djienten en anderhalve theelepel katoembar), een theelepel trassi, een halve eetlepel assem met water aan gelengd, 1/4 Liter melk of santen, boter of olie.

Men stampt de lomboks, kemiries en al de kruiden bij elkander fijn en braadt ze op in boter of olie. Dan doet [63] men er de santen (of melk) bij en laat het verkoken, tot het rood ziet, en de olie boven drijft; onder het koken voegt men er het assemwater bij.

Wil men deze sambelsoort lang bewaren in fleschjes, dan gebruike men geen santen of melk, maar alléén assem-water. Ook géén katoembar en djienten.

Van deze sambelsoort wordt veelvuldig gebruik gemaakt,om er andere sambelgerechten van te maken, b.v. onder toevoeging van vleesch of varkensvleesch (waarbij dan gevoegd wordt eenige lepels fijngesneden uien), van garnalen, van ikan terie, van dèndèng enz.

Men neemt dan, naar mate van de hoeveelheden vleesch, garnalen, ikan terie, dèndèng enz., één, twee of meer lepels sambel badjak.

Bij vischsambel (terie) wordt dan temoekoentji (1 theelepel) en kentjoor (een halve theelepel) gebruikt, in plaats van katoembar en djienten; bij vleesch- en c. q. eiergerechten, wordt wel katoembar en djienten gebruikt doch geen kentjoor of temoekoentji.

Zoo bereidt men van één sambel verschillende gerechten.

Comments are closed.

5 visitors online now
5 guests, 0 members
Max visitors today: 11 at 08:23 am GMT-1
This month: 11 at 02-05-2012 08:23 am GMT-1
This year: 25 at 01-18-2012 09:17 pm GMT-1
All time: 156 at 02-18-2011 02:52 pm GMT-1