Sajoer lodèh-boontjes.
94. Sajoer lodèh-boontjes.
Een bordje vol overgeschoten prinsesseboontjes van den vorigen dag, een fijngesneden ui, drie fijngesneden hauwen knoflook, 2 lepels boemboe lodèh (gedroogd), welke men in de Indische toko’s kan krijgen, 1 theelepel trassi, 2 theelepels zout, 1/2 liter melk of dikke santen, 1/2 theelepeltje suiker, boter of slaolie.
De uien en het knoflook worden samen met de specerijen en de boemboe-lodèh fijngestampt, daarna in olie (boter) opgebraden, waarna men er de boontjes bijvoegt. Dit nog even samen opbraden met toevoeging van een scheutje water.
Dan voege men er eindelijk de melk (of santen) bij, laat dit samen nog even opkoken, waarna de sajoer gereed is.