Sajoer kool.
93. Sajoer kool.
Een kleine savoiekool fijngesneden, twee eetlepels fijngesneden uien, vier hauwen of pitten knoflook, een theelepel trassi, een halve eetlepel zout, een of twee lomboks, twee eetlepels assemwater, een eetlepel katoembar, santen van 1/2 klapper of 1/2 liter melk, twee eetlepels gepelde gekookte garnalen, olie of boter.
Men stampt de kruiden met elkander fijn, terwijl de kool intusschen bijna gaar wordt gekookt. Dan braadt men even de kruiden in boter of olie op en doet hier de kool (zonder water) bij. Hierbij voegt men het assemwater, roert het om en voegt er de santen of melk bij. Even voor het opdoen, roert men de garnalen door deze sajoer.
N.B. Deze sajoer kan ook worden gemaakt zonder [50:] garnalen en zonder katoembar; men voegt er – in dit geval – een theelepel temoekoentji bij.