Sajoer bajem.
91. Sajoer bajem.
Spinazie; twee lepels fijngesneden uien (of sjalotjes), twee hauwen fijngesneden knoflook, een theelepel fijngesneden temoekoentji, een theelepel trassi, naar verkiezing hierbij vier à vijf kemiries of een ons katjang gorèng en een lombok. Zout naar smaak, melk of santen.
De spinazie wordt afgekookt, de kruiden bij elkander fijngestampt. Van de spinazie wordt niet al het water afgegoten. maar voegt men er de melk of santen bij, met al de fijngestampte kruiden en laat dit samen gaar koken.