Piendang van visch.
104. Piendang van visch.
Twee kleine schelvisschen, zes in de lengte doorgesneden, gepofte lomboks, acht stuks knoflookpitten fijngesneden, twee laurierbladeren, drie djeroekpoeroet bladeren, twee ineengedraaide stukken seréh, een theelepel laos, een stukje gepofte assem, zoo groot als een duivenei, zout naar smaak, water.
De schoongemaakte visch wordt aan mooten gesneden; men zet vervolgens een pan, halfvol met water gevuld, op, waarbij zout naar smaak en doet hierin de lomboks, de uien en de welriekende bladeren. Heeft dit samen goed [55:] gekookt, dan doet men er de mooten visch in. Het gepofte stuk assem wordt daarna met water aangemaakt, door deze vischsoep gedaan en alles te samen opgekookt, tot de visch gaar is.
Velen werpen de vischkoppen weg; men kan daarvan alléén even goed een even smakelijke piendang maken.