Kwee-talam.
175. Kwee-talam.
Een half pond goela-djawa, opgelost in water. Een half (klein) pakje Colman’s meel, zeven kopjes melk.
Voor de saus: twee eetlepels Colman’s meel, een weinigje zout, anderhalf à twee kopjes melk.
Men kookt de goela-djawa in water op en doet zes kopjes melk bij de tot stroop gekookte suiker. De suiker wordt, na het koken, eerst gezeefd, voor er de melk bij wordt gevoegd. Het half pakje meel roert men aan met de overgeschoten (een kopje) melk, tot het dik is en roert men dit door de kokende suiker en melk; men roert dit zoo lang, tot alles dik en gebonden is.
Daarna stort men dezen pudding over in een vuur-
vaste schaal.
[93:] Het sausje maakt men aldus klaar: het meel roert men aan met wat melk. De 1 1/2 à 2 kopjes melk zet men te kook; als het kookt, doet men er het aangemaakte meel in, roert dit tot het dik wordt en voegt er al roerende een weinigje zout bij, naar smaak (plm. 1 theelepel).
Als dit sausje gereed is, strijkt men het voorzichtig en netjes over den pudding, als een laag.
Bij het voordienen kan de kwee-talam in de schaal blijven en snijdt men hem in ruitvormen tot stukjes.