Kwee poetri-mandie.
[99:] 187. Kwee poetri-mandie.
Drie kopjes fijn ketanmeel, een half kopje lauw water; 1/2 pond javaansche suiker, 3 1/2 kopje water, 2 djeroekpoeroetbladeren, 1/2 geraspte klapper; kleine kopjes.
De javaansche suiker wordt met 3 1/2 kopje water en de bladeren tot dikke stroop gekookt, welke daarna gezift wordt.
Nu maakt men van het meel, het lauwe water en ½ kopje suikerstroop een deeg, waarvan men kleine balletjes kneedt. Deze balletjes worden in heet water gaar gekookt.
Komen ze boven drijven dan zijn ze gaar. Men laat ze op een zeef uitlekken.
Men doet den geraspten klapper door de overige suikerstroop, doet een paar balleljes in elk kopje en bedekt ze met wat geraspten klapper.