Kroepoek.

65. Kroepoek.

Kroepoek, waarvan men zes verschillende soorten in den handel heeft, is een drooge zelfstandigheid, rauw en gemaakt van buffelhuid, visch, garnalen, of katjang, terwijl men ook een kroepoek bereidt van een platgekneusde Indische vrucht (de blindjoe).

Kroepoek, een stuk of 12, 14, dan wel 16, of een bordje vol kroepoek-blindjoe. Heete boter of klapperolie.

Nadat men veel olie in de pan heeft gedaan en dit kokend heet is gemaakt, doet men er de kroepoeks in, vijf of zes (kleintjes), een of twee (groote). De kroepoeks zetten zich door de hitte zeer uit; ze zwellen; dan keert men de kroepoeks om, om ze aan den anderen kant ook goed te bakken. Ze mogen niet bruin worden. Als de kroepoeks in de pan zijn, moet men ze goed onder de olie houden. Zijn ze gaar en croquant, dan worden ze uit de olie gehaald met een vergietlepel en laat men de vette olie er goed af druipen, zoodat ze droog worden. Warm voorgediend – een der laatste te maken bijgerechten – vormen de kroepoeks een der meest gewilde delicatessen bij de rijsttafel.

Comments are closed.

5 visitors online now
5 guests, 0 members
Max visitors today: 11 at 08:23 am GMT-1
This month: 11 at 02-05-2012 08:23 am GMT-1
This year: 25 at 01-18-2012 09:17 pm GMT-1
All time: 156 at 02-18-2011 02:52 pm GMT-1