Kalfsfrikadel.
14. Kalfsfrikadel.
(Droog gebraden.)
Zes ons kalfsgehakt, 4 à 5 dunne sneedjes geweekt brood, 2 eieren, waarvan èèn slechts de dooier, 1 theelepel peper, 1 theelepel geraspte notemuskaat, 1 lepel fijngehakte uien, 2 fijngestampte ronde beschuiten, zout naar smaak, boter.
Het gehakt wordt met al de ingedriënten aangemaakt. Daarvan een, twee of meer ballen gevormd en deze in de fijngestampte beschuit gewenteld. Daarna braadt men ze met boter, tot ze bruin zien en gaar zijn.
Maakt men deze frikadel met jus, dan braadt men eerst de boter bruin, voegt daar een paar kopjes bouillon bij, zoomede, naar verkiezing, een lepel soja en een paar kruidnagels.
Wil men de jus gebonden hebben, dan voegt men er een paar gestampte beschuiten bij, die met de jus wordt gekookt, tot deze dik wordt.