Gefarceerde komkommers.
163. Gefarceerde komkommers.
Twee of drie komkommers, anderhalf ons kalfsgehakt, zout, peper en notemuskaat naar smaak, een ei, twee sneedjes in melk geweekt brood, bouillon, beschuitkruim en boter.
Men schilt de komkommers, snijdt ze, naar mate ze lang of kort zijn, in vier of drie even groote stukken, [84:] welke men van binnen voorzichtig uitholt. Men verzuime niet, ter weerszijden de punten (toppen der vrucht) af te snijden.
Nu maakt men het gehakt gereed, vult daarmede de stukken uitgeholde komkommer, doet deze van onder en boven met boter, in een vuurvaste schaal, bestrooit ze met beschuitkruim, ,giet er een kopje bouillon over en bakt ze in den oven gaar.
Men kan ze ook op het vuur stoven, doch gebraden smaken ze aangenamer.