Babi mérah.
23. Babi mérah.
(Rood varkensvIeesch, of varkensvleesch met roode jus).
Een á 1 1/2 pond mager varkensvleesch, aan dobbelsteentjes gesneden, 10 afgekookte Spaansche pepers (eerst gekookt dan de pitjes er uitgehaald), een handvol sjalotjes fijngesneden, 1 theelepel fijne laos, 2 theelepels fijne seréh, 1 eetlepel fijngesneden knoflook, 1 theelepel trassi, 2 stukjes tamarinde zonder pit (zooveel als een duiveneitje) 1/2 liter melk of 2 koppen dikke santen, 2 lepels boter, peper en zout naar smaak.
[15:]De gekookte, van pitjes met de uien en verdere specerijen boter opgebraden in een geëimailleerd of steenen pannetje. Is dit bijna bruin, dan wordt er het vleesch bijgevoegd en goed samen geroerd, tot het vleesch bruin is gebraden. Daarna voegt men er, aldoor roerende bij en laat dit alles gaar koken, tot het dik is en er rood uitziet.