Babi koetjaï.
[14:] 22. Babi koetjaï.
(Varkensvleesch met jong look).
Twee pond varkensvleesch, aan dobbelsteenen gesneden, 4 stukjes fijngesneden knoflook, 1/2 theelepel fijne djahé, 1/2 theelepel fijne peper, 1 theelepel zout, 4 lepels soja, een handvol fijngesneden koetjaï of jong look, reuzel of vet, 1 kopje water of bouillon.
Het aan stukjes gesneden varkensvleesch wrijft men in met peper, zout en djahé; daarna braadt men dit op met de 4 stukjes fijngesneden knoflook en het look. Is dit nu goed hruin en gaar gebraden, dan voegt men er de soja en het water (of den bouillon) bij.
N.B. Heeft men geen jong look of prei bij de hand (wegens jaargetijde:) dan neme men hiervoor 1/2 of ½ blikje peultjes en handele men overigens op dezelfde manier.