Atjar tjampoeradoek.

169. Atjar tjampoeradoek.

(nagemaakt Indisch zuur).

Kleine augurkjes, jonge spersieboontjes, peultjes, bloemkool, wItte kool, snijboonen; een eetlepel fijne kurkuma, twee eetlepels fijne djahé (gember), twintig knoflookpitten, tien lomboks, drie lepels slaolie, zooveel azijn als men noodig heeft, om alles op te koken – dit hangt af van de te maken hoeveelheid, – zout.

De drie eerste groenten blijven in haar geheel de volgende drie worden fijngesneden; dan laat men alles 24 uur in zout staan, in een keulschen pot – laag om laag: groenten en zout; den pot laat men geopend, de groenten in den pot geperst door middel van een zwaren steen, opdat alle groenten goed onder de pekel komen; een dun doekje wordt, ter wering van stof of ander vuil, los over den pot geworpen.

Nadat de groenten aldus zijn bereid en gepekeld, haalt men ze uit het water, perst er het verdere pekel water uit en droogt alles, op een servet, in de zon. Men laat ze twee dagen drogen, waarna ze in een schoonen keulschen pot worden gedaan.

Men stampt de verschillende specerijen daarna samen heel fijn, fruit -ze in de slaolie op, doet er azijn bij en kookt dit samen even op. Is de azijn koud geworden, dan giet men deze over de ingemaakte groenten, roert dit alles eenige malen om en laat het dan twee dagen staan.

[88:] Daarna kan men dit Indisch zuur in stopflesschen, goed dichtgekurkt, wegsluiten en er, naar believen, nu en dan wat van gebruiken.

Comments are closed.

5 visitors online now
5 guests, 0 members
Max visitors today: 11 at 08:23 am GMT-1
This month: 11 at 02-05-2012 08:23 am GMT-1
This year: 25 at 01-18-2012 09:17 pm GMT-1
All time: 156 at 02-18-2011 02:52 pm GMT-1