Atjar-ikan

170. Atjar-ikan.

(zuur van gebakken vischjes, b.v. van gebakken ijbokking.)

Twaalf stuks gebakken ijbokking, twee lepels fijngesneden uien, een lepel fijngesneden knoflook, een theelepel fijne gember, een theelepellaospoeder, een lepel fijne kurkuma, een lombok zonder pitjes, een theelepel zout, een theelepel suiker, twee à drie lepels slaolie, bakolie (voor de visch), een flesch azijn, of meer, naar het oordeel der bereidster.

Men braadt de bokking in de bakolie en laat ze daarna goed uitlekken op een vergiet.

De specerijen, behalve de lombok, worden samen fijngestampt en in de slaolie lichtgeel gebakken, waarna men er de azijn en de lombok bij doet en dit samen even doorkookt.

Nu doet men de visch een voor een in een stopflesch en giet er de kokende azijn met specerijen over heen.

Als nu de inhoud koud is geworden, sluit men de fIesch goed dicht en laat ze zoo een paar dagen staan, waarna de atjar voor gebruik geschikt is. Dit zuur kan niet lang bewaard worden.

Comments are closed.

6 visitors online now
6 guests, 0 members
Max visitors today: 11 at 08:23 am GMT-1
This month: 11 at 02-05-2012 08:23 am GMT-1
This year: 25 at 01-18-2012 09:17 pm GMT-1
All time: 156 at 02-18-2011 02:52 pm GMT-1